glossarium


ďTongen / TongpijpĒ
Pijpwerk
Tongen / Tongpijp
 Vergroten
Behalve labiaalpijpen is er qua bouw en principe nog een tweede grote soort pijpen die hun toon maken zoals een rietinstrument. Bij het orgel heten ze tongpijpen. In tegenstelling tot de labiaalpijp heeft de lengte van de pijp hier geen invloed op de toonhoogte maar wel, samen met de mensuur (breedte), vorm van de schalbeker (conisch, cilindrisch, wijd uitlopend, open of bijna gesloten), op de klankkwaliteit en de klankkleur. De hoogte van de klank wordt bepaald door de lengte van het vrije deel van de tong die in of tegen een metalen keel trilt. Beide, tong en keel, zijn in een loden of houten kop bevestigd die op zijn beurt in de stevel of voet van de pijp gaat. Afhankelijk van de geografische herkomst en het orgel type, zullen de tongen een centrale of een meer bijkomstige rol vervullen in de samenstelling van een orgel. Door hun vrij volledige sonoriteit en hun bouwprincipe, is het bestaan beperkt tot lage, middelhoge en hoge stemmen, zonder evenwel voorbij een bepaald plafond te gaan, vanaf waar ze plaats maken voor labiaalregisters. Tongstemmen worden gebruikt om hun kracht en hun schittering, met name in Franse orgels uit verschillende perioden, 18de-eeuwse Spaanse maar ook romantische en moderne Engelse of Amerikaanse instrumenten. Ze worden in heel veel orgels gebruikt om hun karakter en charme. Op Duitse en Noord-Nederlandse orgels zijn de tongpijpen vaak minder talrijk en vooral discreter, ronder en beter afgestemd op de polyfone en contrapuntische muziek.
Alfabetisch glossarium
Glossarium per categorie